Herbergen

Er is recentelijk een nieuwe term in de zorg geïntroduceerd: herbergen. Dat danken we met name aan Andries Baart, de vader van de presentiebenadering. Hij heeft in het kader van de zorgethiek in 2018 een groot werk geschreven: De ontdekking van kwaliteit. Op zich een merkwaardige titel aangezien we al decennia lang erg druk met kwaliteit bezig zijn. Het boek bevat dan ook kritiek op het gangbare kwaliteitsdenken. Baart wil als vele anderen de principes ‘verantwoorden’  en ‘controleren’ van de troon stoten; ze mogen niet weg, maar ze moeten wel hun plaats kennen! Dat lukt alleen als je anders over zorgkwaliteit gaat denken: namelijk als de heel makende en samenhang gevende eigenschap die ontstaat uit een proces van relationeel zorg verlenen.

Zo komt Baars uit bij een aristotelische benadering van zorgkwaliteit: zorg is een praktijk die een eigen doel in zich draagt (telos), durft af te wijken van de regel (fronesis) en waarvan de kwaliteit (poion) alleen afgemeten kan worden aan dat wezenlijke inherente doel. Dat Baars ook een trinitarische denkwijze voorstaat (met de drievoudig ene God als oerprincipe) kun je vermoeden op basis van het eerste hoofdstuk. Zijn model biedt een overkoepelende eenheid die uit drie lagen is opgebouwd.

Een vondst van Baart is dat we teveel in termen van objectiveerbare zaken spreken en teweinig in termen van relationele processen. Zo wordt de term ‘zorgrelatie’ al gauw een ‘ding’ dat we moeten regelen en controleren (bijv. via zelfevaluatie). Daarom is het verstandiger om relationale termen te gaan gebruiken waar het zoekende proces in vervat ligt. Zo komt hij uit op het woord ‘bekommernis’. Daarin wordt de kommer gedeeld : degene die zich bekommert en degene die door kommer gekweld wordt. En zo spreekt hij ook van relationeel zorg verlenen en vervolgens ook van ‘herbergen’.

Want relationeel zorg verlenen vindt plaats in een herberg. Dat is de setting die we creëren om de praktijk van zorgen heen. Er is ruimte nodig, die moet worden gebouwd en ingericht; er is geld nodig, die zorgvuldig moet worden besteed; er is tijd nodig, die moet worden verdeeld. We kunnen dat een instelling noemen, of een organisatie: maar dan treedt de huls van het zorgstelsel naar voren en niet de kern van de zorg. Het woord herberg daarentegen laat voelen dat je een omhulling creëert waar het relationeel zorg verlenen thuis is en waar ‘de broosheid van het bestaan’ er mag zijn. En goede zorg behoeft dan ook een bekommernis om die herberg, waar het goed toeven is. Een onherbergzame locatie doet afbreuk aan bekommernis. Een slechte manager bekort het leven van cliënten.

Deze term is recent overgenomen door Tom Peetoom die op 22 januari 2019 promoveerde op het thema ‘herbergzame zorg organiseren’. Evenals Baart benadert hij het ‘managen’ van zorg vanuit de relationele waardigheid die gediend moet worden. Hij noemt de zorgsetting als herberg een plek der moeite. Wie een herberg runt, moet de moeite nemen, horizontaal te organiseren en te verbinden, zodat co-creëren mogelijk wordt. Dat vraagt relationele competenties van leidinggevenden. Dat zijn dezelfde vaardigheden als die van goede zorgverleners: ze verhogen hun sensitiviteit in die mate dat ze onmacht durven te ervaren; ze strijden vrijmoedig voor herbergzaamheid vanuit een morele impuls die ze voelen; ze tonen waardering voor andermans normen en waarden en creëren een vrije ruimte waar de verschillen overbrugd worden; ze geven het juiste duwtje aan mensen op het juiste moment. Dit noemt Peetom een oefenweg. Een weg zoals die al door Bernard Lievegoed beschreven werd in zijn boek Scholingswegen. Het Bernard Lievegoed Onderzoekscentrum sluit daarbij aan: mensen die in de zorg persoonsgericht willen werken,  zullen zich ook om hun eigen persoon willen bekommeren. En zorg dragen voor hun ziel – en die tot herberg maken.

copyright © 2019
terms & conditions

Dr. Pim Blomaard

E   p.w.blomaard@vu.nl
T   +31 (0) 6 51 32 79 99

Vrije Universiteit
De Boelelaan 1105 Amsterdam